Open Access: snelle ontwikkelingen en steeds meer draagvlak
Van 11 tot 15 oktober is het nationale Open Access Week. De ontwikkelingen gaan snel en worden steeds breder gedragen. NWO trok dit jaar € 2,5 miljoen uit om het Open Access-publiceren een extra impuls te geven. De nieuwe publicatiemodellen met de Open Access-gedachte als uitgangspunt kunnen het publicatielandschap gaan domineren.
Waarom Open Access?
Steeds meer wetenschappers sluiten zich aan bij de gedachte dat de resultaten van hun onderzoek, in de vorm van publicaties, voor een zo breed mogelijk publiek beschikbaar moeten zijn. Soms vanuit een ideologisch streven dat onderzoek, grotendeels gefinancierd met belastinggeld, ook voor de belastingbetaler toegankelijk moet zijn. Of dat wetenschap geen elite aangelegenheid moet worden waarbij kunstmatige barrières minder rijke universiteiten elders in de wereld de toegang tot belangrijke onderzoeksresultaten ontzeggen. Soms ook vanuit praktische overwegingen zoals ongecompliceerd hergebruik in het onderwijs of om journalisten, beleidsmakers of oud-studenten die geen toegang hebben tot alle universitaire abonnementen, toch makkelijk een verwijzing naar een artikel te kunnen sturen. Paul Cliteur is één van die wetenschappers: “ Ik voer in beginsel al mijn publicaties in, behalve interviews en krantenartikelen. Alles probeer ik ook te uploaden. Vooral dat laatste is erg nuttig, want daardoor worden publicaties die verschijnen in relatief weinig verspreide wetenschappelijke tijdschriften heel makkelijk toegankelijk. Het is ook erg handig dat je studenten of een journalist een link kan doorsturen van een artikel in Open Access.”
Uitgevers en Open Access
Veel mensen kennen Open Access van repositoria waar materiaal dat is uitgegeven in reguliere tijdschriften ook Open Access beschikbaar wordt gesteld . Hier onstaat soms wel een spanningsveld tussen auteurs die op grond van hun auteursrecht een publicatie beschikbaar willen stellen en uitgevers die een levensvatbare exploitatie willen. Steeds meer uitgevers zien echter in dat het niet een of-of situatie hoeft te zijn maar ook een en-en situatie kan worden: Distributie en publicatie kosten geld en dat geld moet ergens verdiend worden. Maar als de noodzakelijke inkomsten van uitgevers veilig gesteld worden, is het voor zowel de auteur als de uitgever positief als zo veel mogelijk mensen profijt hebben van een publicatie.
Een voorbeeld hiervan is dat Springer met alle Nederlandse universiteiten een overeenkomst heeft gesloten dat medewerkers van die universiteiten zonder bijkomende kosten hun artikelen Open Access mogen publiceren, gebaseerd op het abonnementsgeld dat die universiteiten al betalen aan Springer.
Ook bij alle publicaties van Leiden University Press is Open Access altijd de overweging. LUP maakt bijvoorbeeld deel uit van OAPEN, een Europees netwerk voor Open Access publicatie van academische boeken in de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen. Daarnaast heeft LUP veel ervaring opgedaan met het opstarten van online journals in verschillende vakgebieden.
Open Access tijdschriften
Naast de ontwikkeling waarbij reguliere tijdschriften de Open Access gedachte ondersteunen, zijn ook Open Access tijdschriften sterk in opkomst; tijdschriften die alleen digitaal en met Open Access als voorwaarde gecreëerd worden. Daarbij is het vaak zo dat de publicatie ervan bekostigd wordt door de auteurs, bijvoorbeeld via de 2,5 miljoen die NWO in 2010 beschikbaar stelde voor dit doeleinde of via geld dat universiteiten en instituten beschikbaar stellen. Nadat op deze manier eenmalig de kosten van publicatie voldaan zijn, is het tijdschrift voor iedereen toegankelijk. Dit in tegenstelling tot het bestaande model waarbij de universiteit in de vorm van abonnementsgelden ook zijn eigen publicaties (terug)koopt, maar waarbij voor een publicatie honderden verschillende universiteiten elk opnieuw het abonnementsgeld moeten betalen. Een omslag naar een publicatiemodel waarbij de kosten van publicatie maar een keer voldaan worden en de publicatie vervolgens voor de hele wereld beschikbaar is, zou dus een mooie oplossing vormen.
Sonic Studies
Een van de pioniers op dit gebied in Leiden is Marcel Cobussen die recent bij Leiden University Press het Open Access Journal Sonic Studies heeft opgestart. Hij geeft aan dat de brede beschikbaarheid van zijn publicaties één van zijn redenen is om een Open Access tijdschrift op te starten. Op zijn Open Access proefschrift krijgt hij namelijk nog wekelijks reacties, iets wat volgens eigen zeggen met een papieren versie waarschijnlijk nooit gelukt was. Maar een andere belangrijke reden om voor een digitaal tijdschrift te kiezen is dat de mogelijkheden veel breder zijn. Cobussen: “Aangezien ik meestal over muziek/ geluid schrijf, geeft online publiceren me de mogelijkheid geluidsfragmenten aan de tekst toe te voegen. Ook experimenteer ik graag met structuur en vorm van een publicatie: non-lineariteit kan via online publiceren beter gerealiseerd worden dan via 'gewone' tijdschriften en/of boeken.”
Eigenlijk is het enige nadeel dat Cobussen ziet dat de academische wereld Open Access publicaties vaak net iets minder serieus neemt, verder ziet hij enorme voordelen wat betreft beschikbaarheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid. Maar tevens vergt het publiceren op Internet ook een andere vorm van informatietoediening: “Een lap tekst op Internet plaatsen betekent niet optimaal gebruik maken van de mogelijkheden van digitaal publiceren. Mijn advies is derhalve dat online publiceren ook zou moeten aanzetten tot reflectie aangaande de vorm waarin kennis wordt overgedragen.”
Verrijkte Publicaties
Het idee dat digitaal publiceren veel meer mogelijkheden biedt dan papieren publicaties wordt steeds breder gedragen, maar de uitwerking ervan verkeert nog in een beginstadium. Een aantal uitgevers, zoals Elsevier en Blackwell experimenteert al met het idee om ‘achter’ de tekst de ruwe onderzoeksdata of bijvoorbeeld het gebruikte rekenmodel beschikbaar te maken.
Barend Mons, werkzaam bij Humane Genetica op het LUMC en wetenschappelijk directeur van het Netherlands Bioinformatics Centre (NBIC) is het roerend eens met Marcel Cobussen: ‘Wij hebben tien jaar geknokt om een nieuwe vorm van publiceren voor het voetlicht te krijgen die volkomen Open Access is en uit elke tekst de essentiële elementen haalt die vervolgens ook door de computer begrepen worden, wat bij ‘gewone tekst’ bepaald niet het geval is.” Eindelijk heeft nu een groot consortium van internationale partners en de Farmaceutische industrie de noodzakelijke EC en private fondsen toegezegd gekregen om op massale schaal het erfgoed in de levenswetenschappen om te zetten in zogenaamde ‘nanopublicaties’ die niet alleen volkomen Open Access zijn, maar ook nog eens ‘computer readable’. Dat laatste is cruciaal nu er elke 40 seconden ergens ter wereld een biomedische publicatie wordt gepubliceerd.
De route om klassieke publicaties te ‘verrijken’, stuit bij Mons op een zuinig gezicht: “ Ik ben jarenlang van die school geweest, maar geloof nu dat we de klassieke publicatie grotendeels moeten laten voor wat ie is: de notulen van de wetenschap, die je op je gemak na moet lezen om de basale argumentatie achter nieuwe beweringen op waarde te schatten. We moeten van een publicatie geen kerstboom van hyperlinks maken waardoor het artikel zwaar aan leesbaarheid inboet. Ik geloof dat we aan de vooravond staan van een revolutie op het gebied van web gebaseerde kennisoverdracht. Leiden zal daarbij zeker helemaal vooraan lopen’.
Repositorium en Open Access tijdschriften
De UBL, realistisch voorstander van Open Access publiceren, maakt nog wel een kritische kanttekening bij de huidige stand van zaken. “Open Access journals zijn een hele goede ontwikkeling. Alleen een punt van aandacht is dat niet alle uitgevers voorzieningen treffen voor de langdurige opslag van het materiaal, en auteurs zijn zich daar vaak onvoldoende van bewust.” Als de geldstroom stopt, dan kan de uitgever besluiten het tijdschrift van het internet te halen en daarmee is de publicatie dan ook echt niet meer toegankelijk. De bibliotheek kan wel garanties geven voor het materiaal in het Leids Repositorium: dit blijft via een stabiele url beschikbaar en wordt opgeslagen in het e-depot van de KB. Auteurs moeten zich bewust zijn dat dergelijke garanties niet aanwezig zijn als zij het materiaal ‘vrij’ op het internet plaatsen. “Daarom raden wij iedereen aan om vooral in Open Access journals te (blijven) publiceren, maar om die artikelen ook nog apart in het Repositorium te plaatsen voor archiveringsdoeleinden.”
Zoals blijkt zijn de Open Access opties veelzijdig en snel in opkomst. Hoe deze uiteindelijk vorm zullen krijgen hangt nu vooral af van de initiatieven die onderzoekers zelf op dit gebied ontwikkelen.
Links
(12 oktober 2010/Birte Kristiansen & Michiel Cock)